Editie juni 2014

Dit is een oude versie van Taalunie:Bericht en wordt niet meer bijgewerkt. Ga voor nieuwe artikelen naar taaluniebericht.org.

Spelende kinderen
Spelende kinderen
Rubriek: 
Auteur: 
Michiel Leen
Foto: 
Diego Cervo

Aan de slag met meertaligheid op school

In een steeds veelkleuriger maatschappij is de rol van de thuistaal op school een hot topic geworden. De achtergrond van de leerlingen wordt steeds diverser, en dus ook het aantal thuistalen dat deze kinderen mee naar school brengen. Hoe gaan de scholen in Vlaanderen hiermee om? En wat zegt het wetenschappelijk onderzoek?

In het voorjaar laaide de discussie opnieuw op: de Gentse schepen (wethouder) van onderwijs Elke Decruynaere bepleitte in een interview een pragmatische houding ten opzichte van de thuistaal op school. Concreet: wanneer leerlingen sporadisch hun thuistaal spraken op school, zou daar in de toekomst geen sanctie meer op volgen. Volgens de nieuwssite De Wereld Morgen, die zich baseert op universitair onderzoek, hangt 8 op de 10 leerlingen echter nog steeds een sanctie boven het hoofd als ze op school een andere taal spreken.

8 op de 10 leerlingen hangt nog steeds een sanctie boven het hoofd als ze op school een andere taal spreken

Voor en tegen

Voor- en tegenstanders van een soepeler omgang met de thuistaal op school hebben elk hun eigen argumenten. Voorstanders van versoepeling wijzen op wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat het inzetten en positief waarderen van de thuistaal leerlingen van allochtone origine ten goede kan komen. Tegenstanders vrezen dat het tolereren van de thuistaal leidt tot segregatie volgens taalgroep op de speelplaats. In een school waar leerlingen een veelheid aan talen spreken, vinden zij dat het Nederlands als algemene omgangstaal nodig is. Zo vermijd je dat leerlingen van Turkse origine niet meer begrijpen wat hun Bulgaarse vriendjes vertellen, om van de ‘autochtone’ medeleerlingen nog te zwijgen. En welke opstelling wordt er van de leerkracht verwacht, in zo’n meertalige context?

De twee grote Vlaamse onderwijskoepels, het Gemeenschapsonderwijs (GO!) en het katholiek onderwijs (VSKO), sturen aan op pragmatisme en respect. Waar mogelijk kan de thuistaal op school aan bod komen, maar het hoeft geen verbazing te wekken dat een goede beheersing van het Standaardnederlands het voornaamste taaldoel van de school is.

Ontspannend

In de Antwerpse basisschool Musica is er alleszins geen sprake van een probleem met thuistalen. ‘Ik kan me voorstellen dat leerlingen die van thuis uit niet gewend zijn Nederlands te spreken, het ontspannend vinden om tijdens de pauze af en toe de taal van thuis te spreken,’ zegt coördinatrice Nieke Vinck. ‘Zolang er geen pesterijen ontstaan, kan die thuistaal perfect op de speelplaats.’

Johan Wagemans: 'Het gebruik van één, voor iedereen verstaanbare taal in de school, is een vorm van beleefdheid.'

Johan Wagemans, directeur van het Antwerpse Sint-Lievenscollege, is dan weer wat bezorgder. ‘Wij opteren zowel in onze basis- als in onze middelbare school uitdrukkelijk voor het Nederlands als spreektaal in de klas, in de gang, op de speelplaats en tijdens excursies. Het Nederlands is de lingua franca op school, het is een bindtaal. Wij hebben leerlingen met zeer diverse achtergronden. Als er tientallen talen door elkaar gesproken zouden worden, zou dat het contact tussen leerlingen flink bemoeilijken. Het gebruik van één, voor iedereen verstaanbare taal in de school, is een vorm van beleefdheid. Bovendien is de school vaak de enige plaats waar de leerlingen met het Nederlands in contact komen. Door te focussen op het Nederlands krijgen de leerlingen tijdens hun schooldag een formeel en informeel taalbad.’

Thuistaal onder de loep

De afgelopen jaren werd de rol van de thuistaal op school van naderbij onderzocht. Professor Piet Van Avermaet van het Steunpunt Diversiteit en Leren (Universiteit Gent) begeleidde tussen 2008 en 2012 een van de eerst grote Vlaamse studies naar de thuistaal op school.

‘Vast staat dat een dichotome benadering ons in deze discussie niet veel wijzer maakt,’ zegt Van Avermaet. ‘Vandaag is het geen kwestie van de ‘schooltaal’ Nederlands versus de ‘thuistaal.’ De realiteit wijst immers uit dat kinderen ook thuis tussen de verschillende talen switchen, afhankelijk van de situatie. Bovendien is het aantal talen op school ook toegenomen. Enkele decennia geleden kon je nog spreken over concentratiescholen, met relatief homogene groepen leerlingen met eenzelfde migratie-achtergrond. Vandaag is het niet uitzonderlijk om veel meer nationaliteiten op school te hebben. Je moet dus met veel meer verschillende thuistalen rekening houden.’

Begrijpt Van Avermaet de bezorgdheid bij tegenstanders van thuistalen op school? ‘Lange tijd werd ervan uitgegaan dat het gebruik van de thuistaal op school ten koste gaat van de Nederlandse taalvaardigheid. Dat negatieve effect blijkt uit ons onderzoek alleszins niet: aan het einde van het experiment zijn de scores voor begrijpend Nederlands bij een- of meertalige leerlingen gelijklopend.’

Moedertaal als opstapje?

Of de thuistaal kinderen ook helpt om het Nederlands beter onder de knie te krijgen? Daarover zijn de meningen verdeeld. Kris Van den Branden, van het Centrum voor Taal en Onderwijs van de KU Leuven, plaatst een en ander in een ruimer kader. ‘De Cummins-hypothese zegt van wel: een goed ontwikkelde moedertaal fungeert als steun voor het leren van andere talen. Alleen: dat veronderstelt dat je moedertaalniveau minstens even hoog is als het niveau van de schooltaal. En daar wringt het schoentje: de thuistaal ontwikkelt zich vaak als informele spreektaal, minder abstract en complex dan de schooltaal. De thuistaal wordt ook minder of niet gebruikt voor schrijven of rapporteren. De moedertaal kan, omwille van dat verschil in register, dan niet als voorloper beschouwd worden van de schooltaal. Als de school zou inzetten op de moedertaal als schooltaal, is het een ander verhaal.’

Heeft Piet Van Avermaet dergelijke effecten ook in zijn onderzoek gevonden? ‘Wanneer de kinderen eerst leerden leren lezen en schrijven in de thuistaal, was het effect neutraal, terwijl je zou verwachten dat dit de taalverwerving een boost geeft,’ zegt hij. ‘Maar de kinderen in het onderzoek waren er per week slechts 6 à 7 uur mee bezig. Misschien was dat niet intens genoeg om een merkbaar effect te hebben.‘

Een positieve attitude van de leerkrachten ten opzichte van de thuistaal doet wonderen 

Sanctionering uit den boze

Waar wel consensus over heerst: een positieve attitude van de leerkrachten ten opzichte van de thuistaal doet wonderen voor het welbevinden van de leerlingen. Sanctionering is dan ook uit den boze. Kris Van den Branden: ‘Leerkrachten voelen zich niet goed bij zo’n maatregelen, en leerlingen evenmin - wat betekent dit voor hun cultuur en identiteit?’.

Van Avermaet treedt hem bij: ‘Sanctionering werkt demotiverend, en in het middelbaar onderwijs zorgt het zelfs ronduit voor verzuring bij de leerlingen. Bij sanctionering heeft de thuistaal geen status. Dat vloekt, zeker wanneer er later Engels en Frans op het programma staan: ook vreemde talen, maar die krijgen wel status. Dat krijg je aan leerlingen niet uitgelegd.

Een meertalige realiteit

Voor de leerkrachten is het wel een hele uitdaging om met die meertalige realiteit om te gaan. ‘Hoe eentaliger de leerkracht denkt, hoe minder vertrouwen hij heeft in de leerlingen,’ zegt Van Avermaet.

Van den Branden begrijpt de bezorgdheid van de leerkrachten: ‘Leerkrachten zitten met veel vragen. Lange tijd was de consensus dat het Nederlands de enige taal op school moest zijn. Ouders kregen de raad hun kinderen in het Nederlands op te voeden, ook als ze zelf geen Nederlands spraken. Vandaag is het debat open. Leerkrachten zijn bekommerd en vragen zich af waarom de anderstalige kinderen het vandaag niet beter doen. In twintig jaar is er amper verbetering gekomen in de slaagcijfers van hun anderstalige leerlingen. Ze zijn ervan overtuigd dat de leerlingen hoe dan ook een goed Nederlands moeten verwerven. Ze willen die andere taal wel ruimte geven, maar zoeken naar de juiste manier.’

Kliekjesvorming

Een veelgehoorde bekommernis is dat er op school kliekjes ontstaan rond bepaalde talen. Maar volgens de onderzoekers is dat risico beperkt. ‘Bij de vorming van kliekjes speelt de taal zelden een doorslaggevende rol,’ zegt Van den Branden. ‘Gedeelde interesses zijn belangrijker. En je kunt ook duidelijke afspraken maken over taal op school. Bijvoorbeeld als een groepje Turkse leerlingen in het Turks praat, en iemand begrijpt het gesprek niet, dat je dan naar het Nederlands switcht.’

Taal leren op de speelplaats

‘De speelplaats kan ook een rol spelen in het taalvaardigheidsbeleid van de school,’ vindt Van Avermaet. ‘Het is geen kwestie van de thuistaal zonder meer toe te laten. Je moet die meertaligheid functioneel benutten, je moet ermee aan de slag. De speeltijd kan zo een talig leermoment worden. Sowieso moeten scholen nadenken over de meertaligheid in de hele school, niet enkel in het klaslokaal.’

Van de leerkracht kan toch niet verwacht worden dat hij of zij al die verschillende talen kent? ‘Dat is niet de bedoeling,’ zegt Van den Branden.’ Sterker nog: het kan zelfs een troef zijn wanneer de leerkracht die taal niet spreekt. Door de leerling af en toe in zijn eigen taal aan het woord te laten, bijvoorbeeld om een klasgenootje iets uit te leggen, worden de rollen even omgedraaid en neemt de leerling een expertrol aan. Dat geeft een geweldige boost aan het zelfvertrouwen.’

En daarin kan ook schooldirecteur Wagemans zich vinden. ‘Wanneer een bepaalde taal en cultuur in de les aan bod kunnen komen, kunnen leerlingen die van thuis uit goed op de hoogte zijn van die cultuur, daarover getuigenis afleggen in de les.’

Meer info: